Hoe kan ik omgaan met pesten? 7 tips van onze opvoedcoach

Mijn kind komt uit school met verhalen over plagen en pesten. Wat is eigenlijk het verschil? Waar moet ik op letten? En wanneer moet ik ingrijpen?

Pesten, het is vaak ingewikkeld te herkennen. Jonge kinderen hebben nog veel te leren over de omgang met elkaar. De school en de BSO zijn goede oefenplaatsen om te leren hoe je met elkaar omgaat. Wat zeg je wel tegen een ander? Wat is minder aardig? Dat gaat de hele dag door. Soms zijn er dan onderling voorvallen die kinderen minder fijn vinden en die dan thuis ter sprake komen. Dat geeft inzicht en ruimte om van te leren.

Dunne lijn tussen plagen en pesten
Het is belangrijk om de signalen van uw kind serieus te nemen en hierover in gesprek te blijven. De lijn tussen plagen en pesten is erg dun en het gaat vooral over hoe een kind het beleeft. Wat gebeurde er? Hoe voelt het kind zich erbij? Kan hij of zij zich inleven in de ander? Stel vragen. Hoe zou jij je voelen als…? En: wat zie je aan de ander? Had je iets kunnen of willen doen? Wat zou helpen?

Alert
Heeft u een vermoeden dat er gepest wordt? Dan is het wenselijk om in een vroeg stadium contact te leggen met de school en/of BSO-locatie van uw kind zodat leerkrachten en pedagogisch medewerkers extra alert kunnen zijn. Maar let op: pesten gebeurt tegenwoordig ook steeds meer online, met chatprogramma’s als Whatsapp. Hierdoor kan het nog lastiger zijn om signalen op te pikken. Praat met kinderen daarom ook over hun online gedrag.

Plagen
Is op basis van gelijkwaardigheid. Je plaagt en wordt terug geplaagd en beide partijen zien er de lol van in. Het is onderling onschuldig gedrag. Meestal is het een enkele keer, het gebeurt dus niet regelmatig. Kinderen leren door te plagen en geplaagd te worden veel over hoe je met elkaar kunt omgaan. Wat is leuk? Wat is minder aardig? Wat vinden jullie allebei grappig?

Pesten
Is een ongelijkwaardige strijd: een kind pest en de ander kan of wil steeds niks terug doen. Het pestgedrag is pijnlijk en kwetsend voor het kind dat gepest wordt, waardoor het gepeste kind zich bedreigd, alleen en verdrietig voelt. Pesten kan in verschillende vormen voorkomen. Denk aan uitschelden, slaan, schoppen, buitensluiten, vernederen, kleineren, achtervolgen en het stelen of kapotmaken van spullen. Vaak is er sprake van een groepje kinderen, meelopers, die meedoen met de pester.

7 tips om met pestgedrag om te gaan

  • Neem gevoelens van kinderen serieus. Komt uw zoon verdrietig thuis omdat ze hem hebben uitgelachen? Of heeft hij geen zin in school omdat hij het rot vindt om te zien hoe iemand anders wordt gepest? Luister naar wat hij zegt en hoe hij zich voelt. Benoem wat u bij hem ziet. Door deze gesprekken voelt uw kind zich serieus genomen en zal hij weten dat hij bij u terecht kan. Dat geeft een veilig gevoel.
  • Laat uw kind vertellen wat er gebeurt, wat hij ziet en hoort. En vraag wat hij daarvan vindt.
  • Vraag naar zijn reactie erop en hoe hij het liefst had willen reageren.
  • Bekijk of je samen oplossingen kunt bedenken. Zou uw kind degene die gepest wordt kunnen helpen? Of er op een andere manier voor diegene kunnen zijn?
  • Vergroot als ouder uw kennis over pesten. Er is op internet veel informatie beschikbaar. Over hoe vaak pesten voorkomt, wat de gevolgen zijn van pesten, waarom sommige kinderen andere kinderen pesten, over wat u als ouder kunt doen en wat je van school en de kinderopvang mag verwachten.
  • Geef zelf het goede voorbeeld in sociaal gedrag. Kinderen kunnen zelfs uit kleine opmerkingen en gebaren horen wat u van bepaalde mensen vindt. Door juist zelf een tolerante houding te hebben naar anderen en sociaal gedrag te vertonen geeft u het goede voorbeeld en zal uw kind ook meer sociaal gedrag vertonen ten opzichte van anderen.
  • Deel uw vermoedens. Pestgedrag is vaak niet van de een op de andere dag op te lossen en er zijn meerdere partijen bij betrokken. Vraag na of men op de plek waar het pesten zich afspeelt op de hoogte is van het pestgedrag. De klas op school of de groep op de BSO is een belangrijke oefenplaats voor sociale vaardigheden. Wanneer daar aandacht is voor een veilige groep voor iedereen en er gewerkt wordt aan een positief leefklimaat heeft dat een goede uitwerking op alle kinderen en zal er minder pestgedrag voorkomen.

Ilse Davids, Pedagogisch Expertise Centrum (PEC)

24 september 2020